De Wilde Kastanjeboom

 

De wilde kastanjeboom (vaak paardenkastanje genoemd) is een imposante boom (tot 30 meter hoog) met grote, handvormige bladeren en opvallende witte bloemkaarsen in het voorjaar. De vruchten zitten in een bolster met korte, stompe stekels en zijn giftig voor mensen. 

Herkenning en verschillen:

 

  • Wilde kastanje (Paardenkastanje): De bolster heeft korte, stompe stekels en bevat één grote, dikke, ronde noot. Deze kastanjes zijn bitter en niet eetbaar.
  • Tamme kastanje: De bolster heeft heel veel lange, scherpe stekels en bevat twee tot drie plattere noten die wél eetbaar zijn. [1, 2, 3, 4, 5]

 

Veelgestelde vragen en kenmerken:

  • Zijn ze eetbaar? Nee, wilde kastanjes bevatten de stof aesculine en zijn giftig voor mensen, hoewel ze wel in beperkte mate  kunnen dienen als voedsel voor een paar bosdieren. 
  • Medicinaal gebruik: Extracten van de wilde kastanje (Aesculus hippocastanum) worden in de kruidengeneeskunde soms gebruikt om de bloedsomloop en aderwanden te ondersteunen. 
  • Bloei: De boom bloeit uitbundig in mei met prachtige witte bloemen. 
  • Huisvesting: Vanwege de forse omvang (kroonbreedte) is de boom vooral geschikt voor zeer grote tuinen, parken en lanen. 

De Wilde Kastanjes bevatten veel saponines.

Wat is dat eigenlijk?

Saponine

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
 
Chemische structuur van de saponine solanine

Saponinen, ook wel zeepstoffen genoemd, is een speciale groep secundaire plantenstoffen die tot de glycosiden behoort. Men vermoedt dat een plant saponinen produceert als bescherming tegen insectenvraat en groei van bacteriën en schimmels.

Eigenschappen

De naam saponine is afkomstig van het Latijnse woord sapo dat zeep betekent (vergelijk ook het Franse woord savon). Dit verwijst naar de eigenschap van saponinen om opgelost in water (na schudden) een zeepachtig schuim te veroorzaken. Bij sommige saponinen is dit zachter[bron?] dan van gewone zeep en heeft het een reinigende werking, die echter aanzienlijk minder is dan die van zeep. In de Tweede Wereldoorlog werd het bij gebrek aan zeep door de mensen die er weet van hadden als zodanig gebruikt. De waswerking van de indiase zeepnoten is ook op de hoge concentratie saponinen terug te voeren.

Voorkomen

Saponinen komen wijdverbreid voor in het plantenrijk. Men schat dat in drie van de vier plantensoorten saponinen voorkomen. Hoge gehaltes komen voor in voedingsstoffen rijke weefsels van hogere planten zoals wortels, knollen, bladeren, bloemen en zaden. Men vindt ze in groenten als sojabonen, erwten, spinazie, tomaten, aardappels (solanine) en knoflook en zijn bovendien werkzame bestanddelen van veel kruiden.

Het gehalte saponinen kan variëren van 0,1 tot 30%, dat laatste is voor secundaire plantenstoffen erg hoog.

Kruiden waarin saponinen in hoge concentraties voorkomen zijn onder andere de echte koekoeksbloem, lelies, agaven, zeepkruid (Saponaria officinalis), paardenkastanje, sneeuwbes en in de vruchten van de zeepnotenboom. De bast (quillaia) van de Zuid-Amerikaanse zeepboom (Quillaja saponaria) is een van de rijkste bronnen. De meeste saponinen vindt men echter in Yucca schidigera, die in Baja California groeit.